Tuinfeest op 26 juni 2017

In een zonovergoten theetuin bij Cothen vierde ik met bijna 30 gasten de zesde verjaardag van mijn bedrijf. Vanuit 11 verschillende bedrijven en organisaties waren er OR-delegaties en ook een aantal van mijn vakgenoten met ik samenwerk, waren van de partij.
Er was vooral veel gelegenheid om te netwerken en ervaringen te delen. Lieke van Manen hield een mini-workshop over ‘deep democracy’ en zelf vatte ik ervaringen samen over de transitievergoeding, privacy en benutting van het adviesrecht.
Hier nog een foto-impressie. Ik hoop in 2018 opnieuw de theetuin voor een feestje in te richten. Ook met jullie OR erbij?

Privacy als een OR-zaak

In toenemende mate vraagt privacy ook de aandacht van de OR. Hoe worden de persoonsgegevens van medewerkers (en klanten!) opgeslagen en beschermd? Welke volgsystemen geven de werkgever (bedoeld of onbedoeld) informatie over aanwezigheid, gedrag en prestaties van medewerkers? Het instemmingsrecht geeft de OR al langer een positie in deze zaken. Maar meer en meer beseft de OR dat vaak onduidelijk is wat het antwoord op deze vragen is. En dat terwijl er al strenge wetgeving over datalekken (mét zware boetes) geldt en er in mei 2018 een nieuwe Europese Privacyverordening van kracht wordt.
Niet dat OR-en onvoldoende te doen hebben, maar het zou toch de moeite waard zijn om privacy wat hoger op de agenda te zetten.

Wil de echte bestuurder opstaan?

Geregeld kom ik vragen tegen die te maken hebben met de benoeming van een bestuurder. Dat blijft kennelijk lastig.
Zo is er soms het misverstand dat er alleen adviesrecht op grond van artikel 30 is voor de bestuurder die overleg met de OR voert. Onzin, want als er meer dan één bestuurder is, geldt dit adviesrecht voor alle bestuurders. Ook komt het voor dat het bedrijf een functionaris (bijvoorbeeld HR-directeur) wil mandateren om namens de rechtspersoon overleg te voeren en daarmee bestuurder te zijn. Het is niet verstandig daarin als OR mee te gaan omdat er niet voor niets in de definitie van artikel 1 staat dat alleen degene(n) die de hoogste zeggenschap binnen de onderneming heeft bestuurder in de zin van de wet kan zijn. Voordat je het in de gaten hebt, overleg je met een postbode die alleen boodschappen kan overbrengen maar niet bevoegd is besluiten te nemen.

En dan is er nog de situatie dat een OR ziet aankomen dat er een opvolger voor de huidige bestuurder zal moeten worden gezocht. In dat geval is het zaak om vroegtijdig in gesprek te treden (bijvoorbeeld met de raad van commissarissen of het bestuur van de moederonderneming) over de profielschets. Alleen op die manier kan de OR voorkomen dat er plotseling een kandidaat is die geheel niet beantwoordt aan de ideeën van de OR.

Tot slot: bijna nooit wordt advies gevraagd over het ontslag van een bestuurder en sommige OR-leden verbazen zich daarover. Behalve dat pensioen of de eigen beslissing om te vertrekken hiervoor een verklaring vormen, worden bestuurders soms weliswaar gedwongen te vertrekken maar met een regeling die het formeel tot een vrijwillig vertrek maakt. En dan is er juridisch dus geen sprake van ontslag.