Advies – wat is dat eigenlijk?

Hoe vaak heb ik het adviesrecht van de OR uitgelegd? Dat moet inmiddels honderden keren zijn. Maar toch verraste een  OR-lid me toen hij vroeg: wat is advies eigenlijk? Een van de leukste vragen die ik afgelopen jaar heb gekregen.

Ook omdat ik het adviesrecht veel interessanter vind dan het instemmingsrecht. Natuurlijk levert instemmingsrecht meer invloed op, maar de dynamiek rond het adviesrecht is uitdagender.

Advies geven, adviseren – in de kern betekent het dat je een ander vertelt wat die volgens jou zou moeten besluiten of doen. Op een hele directe manier of met alle voorzichtigheid.

Kijkend naar wat advies in het dagelijks leven betekent, zie ik verschillende vormen. Zo is er een situatie waarin iemand uit verschillende opties moet kiezen en dan advies vraagt wat het beste zou zijn. Zoals bij hypotheekadvies.

Of de situatie dat je denkt dat de ander zich ergens niet van bewust is en je hem of haar eigenlijk wilt waarschuwen: ik adviseer je om via Apeldoorn te rijden want die andere route staat nu helemaal vast.

Maar ook de situatie dat iemand op het punt iets te gaan doen iets te gaan doen en je wilt de ander daar nog eens goed over laten nadenken: ik adviseer je om nu nog niet in te schrijven voor die studie en er nog eens over te denken, want het levert je wel extra studieschuld op.

Dus: helpen om te kiezen, waarschuwen voor risico’s en aansporen om er nog eens over te denken. Daar kom ik zo op terug.

Nu weer terug naar de OR en zijn adviesrecht. Adviseren is dus niet: ja of nee zeggen. Daarom ben ik geen fan van ‘positief’ of ‘negatief’ advies.

Nee, het is:

  • Meedenken wat het beste voor de onderneming en voor de medewerkers is
  • Haalbare verbeteringen formuleren
  • Het belang van medewerkers en dat van de onderneming in evenwicht brengen

Uiteindelijk moet het advies van de OR duidelijk maken waar volgens de OR wijzigingen in het voorgelegde plan moeten worden aangebracht. Uiteraard met onderbouwing daarvan.

Helpen kiezen is daarvan een onderdeel: waren er echt geen betere opties voorhanden? Waarschuwen ook: welke risico’s heeft het als dit doorgaat?

En aansporen er nog eens over te denken ook: het concept-advies kan helpen om de bestuurder nog eens te laten overwegen of die echt niet het advies van de OR wil overnemen.

Alle ondernemingsraden van Nederland, succes met jullie rol als adviseur!

Building Workplace Relations in South Africa

(Nederlandse versie onderaan)

My friend and colleague Kaizer Thibedi is facilitating a three day training, and I am his guest and co-trainer.

The session is all about Building Workplace Relations (or: Relation Building by Objectives) between senior management and union representatives of a publicly owned company. We are based in a professional conference center on one of the highways of Johannesburg.

Since employment relations can be quite adverse in South Africa, it is not a given that parties invest in improving their relationships.
One of the exercises was that each party defined the things they want to stop with, to start with, and to improve on. And they expressed what they wanted their counterpart to stop, start and improve. This turned out to lay the foundation for clear improvements in their relationship.

Tomorrow I will information about the Dutch system of employment relations. I will explain how works councils and unions can be complementary.

And however unions are in fact the only line of employee representation, they could look for a way to create an additional mode of interaction with the employer, next to the default of bargaining on wages and benefits. And that would be a frequent conversation about developments in the company, about the financial state of the company and about topics like health & safety.

You can imagine that I am enjoying being here. To be continued.

____________________________________________________

Bouwen aan betere arbeidsverhoudingen in Zuid Afrika

Mijn vriend en collega Kaizer Thibedi begeleidt een driedaagse training, en ik ben zijn gast en co-trainer.

De bijeenkomst gaat over het bouwen aan goede arbeidsverhoudingen tussen topmanagement en de vakbonden in een overheidsonderneming. We houden de training in een zeer professioneel conferentiecentrum, gelegen aan een van de snelwegen in Johannesburg.

Aangezien de arbeidsverhoudingen in Zuid Afrika nogal gepolariseerd kunnen zijn, is het niet vanzelfsprekend dat partijen investeren in de verbetering van hun relatie.
Een van de opdrachten was dat beide partijen formuleerden waarmee ze wilden stoppen, waarmee ze wilden starten en wat ze wilden verbeteren. En ze bepaalden ook wat ze hun overlegpartner graag zouden zien stoppen, starten en verbeteren. Dit legde de basis voor duidelijke verbeteringen in de samenwerking.

Voor morgen zal ik vertellen over het Nederlandse systeem van arbeidsverhoudingen en hoe vakbonden en ondernemingsraden daarin een complementaire rol vervullen.
Hoewel vakbonden in feite de enige vorm van personeelsvertegenwoordiging zijn, hoop ik dat de partijen op zoek gaan naar een tweede vorm van interactie, in aanvulling op arbeidsvoorwaardenonderhandeling, wat de standaard is. Daarmee zou ook overleg kunnen groeien over de ontwikkelingen in de onderneming, over de financiële situatie en over zaken als veiligheid en gezondheid.

Je kunt je wel voorstellen dat ik geniet van mijn verblijf hier. Wordt vervolgd.

Dat verdient een lintje

Nee, dit is niet een veel te vroege aankondiging van de lintjesregen.
Ook is het geen lijst met namen die ik alvast onder de aandacht van Zijne Majesteit wil brengen. Nee, het gaat over de verdienste van vele naamloze OR-leden.

Algemeen belang – niet zo populair
Er zijn allerlei redenen waarom iemand zich kandidaat stelt voor een ondernemingsraad. Maar uiteindelijk komt het erop neer dat hij of zij zich wil inzetten voor het algemeen belang. Voor het belang van alle medewerkers, voor het welvaren van de onderneming.

Met een knipoog zei een OR-lid onlangs: je moet ook wel een beetje gek zijn om je zoveel op de hals te halen! En dat klopt.

Want waar veel medewerkers genoeg hebben aan hun eigen werk, aan hun ontwikkeling, aan een goede werk-privé balans, aan hun onzekerheden over hun baan – daar kiest een OR-lid ervoor om óók het algemeen belang te dienen.

Maak het jezelf gerust wat lastiger
Van veel OR-leden zie en hoor ik dat het knap lastig is om OR-werk te combineren met het dagelijkse werk. Ook al is dat niet de bedoeling – het kost vaak ook privétijd.

Maar ook kan er sprake zijn van directe tegenwerking. Bijvoorbeeld als een leidinggevende erop wordt aangesproken dat die toch meer begrip voor de directieplannen zou moeten hebben. Of iemand met een unieke functie die te horen krijgt: ik kan net je niet verbieden, maar het werk moet wel af komen.

Ook is er vaak spanning tussen de verwachtingen van de achterban en wat de OR kan en wil waarmaken. Zoals medewerkers die denken dat de OR een reorganisatieplan ‘wel even kan afronden’ terwijl de OR-leden weten hoeveel erbij komt kijken en hoe groot het belang van zorgvuldigheid is. Of medewerkers die alleen oog hebben voor hun eigen belang, terwijl de OR naar het belang van alle medewerkers moet kijken.

En de bestuurder dan?
Natuurlijk, als de zon schijnt en er is niets aan de hand, dan spreken de meeste bestuurders over het grote belang dat zij zien in een OR.

Maar wat als de OR de vinger legt op zwakke plekken in een plan? En wat als de OR met argumenten stelt dat een wijziging instemmingsplichtig is en de bestuurder zonder tegenargumenten alleen ‘nee’ zegt? Of als de OR heldere toezeggingen krijgt, maar merkt dat de bestuurder na ontvangst van het advies ineens aan selectieve geheugenstoornis lijdt?

Het makkelijkste is om dan te zeggen: zak er maar in, ik stop ermee. Maar een echt OR-lid – en daar zijn er gelukkig heel wat van – die houdt vol en blijft werken aan goed overleg met respect voor de rol van de OR.

Waardering is schaars maar niet afwezig
Gelukkig zijn er goede voorbeelden waarin een bestuurder oprechte waardering uitspreekt, ook als er soms pittige meningsverschillen zijn. En ook komt het voor dat medewerkers laten weten hoezeer zij het werk van de OR hebben gezien en gewaardeerd.

Maar het kan geen kwaad om een pleidooi te doen voor een collectief lintje voor OR-leden die een lastige en soms ondankbare taak blijven uitvoeren. Bij deze!