Thuiswerken – werkgevers krijgen spijt

Corona als aanleiding
In de Coronajaren 2020 en 2021 werd thuiswerken ineens dé oplossing. Niet in één ruimte en toch het werk laten doorgaan. Althans, dat werkte voor functies die zowel op kantoor als thuis kunnen worden uitgevoerd.

Er kwamen faciliteiten voor de thuiswerkplek, er kwam een belastingvrije dagvergoeding, en in no time werden honderden vierkante meters kantoorruimte afgestoten. Het leek een echte win-win oplossing.

In veel organisaties kwamen er richtlijnen – vaak vrij vaag geformuleerd – voor hoe vaak je op kantoor werd verwacht. Managers hadden daar een probleem mee, want hoe krijg je je team van tijd tot tijd live bij elkaar?!

Werkgevers trekken de teugels aan
Inmiddels willen steeds meer werkgevers de teugels aantrekken. ABN Amro kwam ermee in het nieuws, maar het is in veel organisaties een discussie aan het worden. En hoe harder de teugels worden aangetrokken, des te harder gesteigerd wordt.

Werkgevers hebben ontdekt dat de organisatie een beetje té virtueel is geworden. Maar ze hebben nogal wat boter op het hoofd, want hele kantoren en zelfs complete vestigingen zijn inmiddels gesaneerd en de eigen catering is vervangen door een duur alternatief van de kantoorverhuurder. In veel organisaties is het volstrekt onmogelijk dat er meer dan de helft van de medewerkers op dezelfde dag zou komen werken.

Werkgevers noemen dat er te weinig verbinding meer is – wat een legitiem punt kan zijn – en dat ze zorg hebben of werk en privé wel voldoende gescheiden blijven. Dat laatste klinkt vreemd; dat werk en privé te veel door elkaar lopen, komt zowel bij thuiswerkers als bij pure kantoorwerkers voor, en wordt soms in de hand gewerkt door onduidelijke verwachtingen van de medewerker. Om hier iets aan te doen, is maatwerk in de functioneringsgesprekken nodig, geen algemene beperking van thuiswerken.

Ook een rol voor de OR
De OR krijgt ook onvermijdelijk met dit vraagstuk te maken – tenzij de onderneming het via de CAO wil oplossen.

Bij het beoordelen van voorgestelde wijzigingen moet wel even uitgezoomd worden. Hoe was de situatie in 2020 en hoe is die nu? Soms is de reistijd naar het kantoor fors toegenomen doordat het kantoor is gesloten of verplaatst. Welke faciliteiten waren er toen en wat is daarvan over?

Het is duidelijk dat er extremen zijn die niet meer te verdedigen zijn. Sommigen hebben zich wel heel veel vrijheden toegeëigend en zijn nog minder op kantoor dan de eerste de beste ZZP’er. En managers hebben grote moeite om deze medewerkers te corrigeren.
Voor een OR begint het met de vraag: is het niet voldoende als de extremen worden opgelost? Waarom zouden algemene regels aangescherpt moeten worden als het probleem bij hooguit 10% van de medewerkers ligt? En in plaats van percentages vast te leggen, kan eerst besproken worden dat ook de thuiswerker voor collega’s en klanten bereikbaar moet zijn en een kloppende agenda moet hebben.

En tot slot: als de verbinding met de onderneming in de afgelopen jaren voor velen verdund is geraakt – en dat zie ik in veel organisaties, dan is er veel meer te doen dan een discussie over percentages of dagen op kantoor. Dat zou wel eens een ongemakkelijke boodschap voor de bestuurder kunnen zijn.

Buitenlandclausule – wat betekent die precies?

Veel OR-leden zullen ergens in een hoekje van hun geheugen dit woord hebben opgeborgen, maar sommigen hebben er daadwerkelijk mee te maken.

Het gaat om een toevoeging aan de lijst met adviesplichtige besluiten in artikel 25.1 die ingaat op sub b waarin overname, duurzame samenwerking en financiële deelneming (of het wijzigen of ongedaan maken daarvan) worden vermeld, inclusief een externe adviesopdracht conform sub n.
De vraag is of het adviesrecht geldt bij een overname, samenwerking of deelneming die een buitenlandse onderneming betreft – vandaar de roepnaam van deze bepaling.

In de praktijk wordt er nogal slordig met de uitleg van deze clausule omgegaan.
Zo wordt soms zelfs beweerd dat het adviesrecht niet geldt als het een buitenlandse onderneming gaat, of in principe niet. Of de uitleg is dat het adviesrecht alleen geldt als de overname directe gevolgen heeft voor de Nederlandse onderneming. Of deze cryptische tekst: ‘Als het besluit echter wél belangrijke gevolgen heeft voor de Nederlandse onderneming, dan heeft de OR adviesrecht over besluiten die de ondernemer neemt over de gevolgen.’

Wat staat er eigenlijk precies?
Er staat: ‘(het adviesrecht) is niet van toepassing wanneer de andere onderneming in het buitenland gevestigd is of wordt en redelijkerwijs niet te verwachten is dat het voorgenomen besluit zal leiden tot een besluit als bedoeld onder c-f (met betrekking tot de Nederlandse onderneming)’

Er moet dus aan twee voorwaarden worden voldaan: het gaat om een buitenlandse onderneming én het is redelijkerwijs niet te verwachten dat het voorgenomen besluit zal leiden tot een van de andere genoemde adviesplichtige besluiten, zoals wijziging van managementstructuur, inkrimping van bedrijfsactiviteiten of verplaatsing van de onderneming.
De vervolgbesluiten moeten dus redelijkerwijs níet zijn te verwachten. Daar staat niet bij ‘op korte termijn’. Toch beweren bestuurder wel eens dat het adviesrecht niet geldt ‘omdat wij op dit moment geen plannen hebben die met sub c-f verband houden’ en denken dat de discussie daarmee afgelopen is.

In de parlementaire behandeling in 1978 is duidelijk gemaakt dat de ‘redelijke verwachting’ verband houdt met i) de buitenlandse onderneming is in verhouding tot de Nederlandse onderneming van aanzienlijke omvang, ii)  de buitenlandse onderneming behoort tot dezelfde of een nauw verwante branche en iii) de buitenlandse onderneming is op dezelfde of nagenoeg dezelfde markt werkzaam.
Als een of meer van de drie geldt, groeit de aannemelijkheid dat genoemde vervolgbesluiten denkbaar zijn en dus dat het adviesrecht geldt.

Kortom, het luistert nauw bij de buitenlandclausule en het adviesrecht vervalt niet zomaar. Alleen als de bestuurder schriftelijk en formeel zou verklaren dat geen van de vervolgbesluiten zich ooit zal voordoen, kan de OR daar weinig tegenin brengen. Maar ik moet de bestuurder nog tegenkomen die zoiets op papier durft te zetten.

Advies – wat is dat eigenlijk?

Hoe vaak heb ik het adviesrecht van de OR uitgelegd? Dat moet inmiddels honderden keren zijn. Maar toch verraste een  OR-lid me toen hij vroeg: wat is advies eigenlijk? Een van de leukste vragen die ik afgelopen jaar heb gekregen.

Ook omdat ik het adviesrecht veel interessanter vind dan het instemmingsrecht. Natuurlijk levert instemmingsrecht meer invloed op, maar de dynamiek rond het adviesrecht is uitdagender.

Advies geven, adviseren – in de kern betekent het dat je een ander vertelt wat die volgens jou zou moeten besluiten of doen. Op een hele directe manier of met alle voorzichtigheid.

Kijkend naar wat advies in het dagelijks leven betekent, zie ik verschillende vormen. Zo is er een situatie waarin iemand uit verschillende opties moet kiezen en dan advies vraagt wat het beste zou zijn. Zoals bij hypotheekadvies.

Of de situatie dat je denkt dat de ander zich ergens niet van bewust is en je hem of haar eigenlijk wilt waarschuwen: ik adviseer je om via Apeldoorn te rijden want die andere route staat nu helemaal vast.

Maar ook de situatie dat iemand op het punt iets te gaan doen iets te gaan doen en je wilt de ander daar nog eens goed over laten nadenken: ik adviseer je om nu nog niet in te schrijven voor die studie en er nog eens over te denken, want het levert je wel extra studieschuld op.

Dus: helpen om te kiezen, waarschuwen voor risico’s en aansporen om er nog eens over te denken. Daar kom ik zo op terug.

Nu weer terug naar de OR en zijn adviesrecht. Adviseren is dus niet: ja of nee zeggen. Daarom ben ik geen fan van ‘positief’ of ‘negatief’ advies.

Nee, het is:

  • Meedenken wat het beste voor de onderneming en voor de medewerkers is
  • Haalbare verbeteringen formuleren
  • Het belang van medewerkers en dat van de onderneming in evenwicht brengen

Uiteindelijk moet het advies van de OR duidelijk maken waar volgens de OR wijzigingen in het voorgelegde plan moeten worden aangebracht. Uiteraard met onderbouwing daarvan.

Helpen kiezen is daarvan een onderdeel: waren er echt geen betere opties voorhanden? Waarschuwen ook: welke risico’s heeft het als dit doorgaat?

En aansporen er nog eens over te denken ook: het concept-advies kan helpen om de bestuurder nog eens te laten overwegen of die echt niet het advies van de OR wil overnemen.

Alle ondernemingsraden van Nederland, succes met jullie rol als adviseur!